
Wet Nationale ombudsman
Artikel 5
1
De ombudsman kan niet bekleden:
a
het lidmaatschap van publiekrechtelijke colleges waarvoor de keuze geschiedt bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen;
b
een openbare betrekking waaraan een vaste beloning of toelage is verbonden;
c
het lidmaatschap van vaste colleges van advies en bijstand aan de Regering;
d
het beroep of ambt van advocaat of notaris.
2
De ombudsman vervult geen betrekkingen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn ambt of op de handhaving van zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
3
De betrekkingen die de ombudsman buiten zijn ambt vervult, worden door hem openbaar gemaakt.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.